Website van Louis Moens

De supporter(s)

 


Home

 

Wie in Vlaanderen ooit eens, al was het maar eenmaal, een fiets met een koersstuur bereden heeft droomde waarschijnlijk eens, misschien heel even maar,  maar toch, van een wielerwedstrijd te rijden… ja, te winnen.  Diep in zijn of haar hart had die droom zelfs de ambitie om een vedette, een kampioen voort te brengen.  Herken je het gevoel?

 

De droom is niet echt typisch iets van de wielrennerij.  Een voetballer, een zwemmer, een hengelaar, een kaartspeler,… het maakt niet uit, het is typisch voor gelijk welke vorm van compititie of het nu sport of spel is, ergens is dit soort ambitie bij iedereen in mindere of meerdere mate aanwezig.  Wie dit ontkent beliegt gewoon zichzelf, al moet het fantastisch zijn om dit te kunnen (zichzelf kunnen beliegen bedoel ik).

 

Een fenomeen in de marge van dit gegeven is het verschijnsel "supporter".  In de rush naar het vedettendom staat de ambitieuze niet alleen.  Bijgestaan door een horde nalopers, beter gekend onder de naam supporters, kan hij zich een weg banen naar de top.
Wat de supporter bezielt is mij niet altijd even duidelijk ook al bezondig ik er mijzelf ook soms aan en dit tot mijn eigen grote ergernis.  Een mogelijke verklaring is dat de supporter zijn idool ziet als een verpersoonlijking van zijn eigen, niet waargemaakte ambitie.

Reken maar, diegenen naar de top willen, staan niet alleen.  Zij worden volop gesteund door een meute ondersteuners in goede en kwade momenten.   Alhoewel, ook in kwade?  Juist hierover wil ik wel eens iets kwijt.

 

Als klein ventje van nog geen 10 jaar was ik al gefascineerd door het wielrennen.  Ik volgde al de exploten van Darrigade, Anquetil, Bahamontes, Gaul, Eddy Pauwels, Rik van Looy enz. Ik had een tante die met een rijke weduwnaar was hertrouwd en die had een televisie, wat voor die tijd, zijnde de beginjaren van "Schipper naast Mathilde", een rariteit was.  Elke dag van de ronde van Frankrijk fietste ik naar mijn "rijke" tante om naar de samenvatting van de rit te kijken.  In het naar huis rijden koerste ik in gedachten tegen de tourhelden van toen en daar wellicht bouwde ik toen mijn passie voor het wielrennen op.  Omdat de aristocratisch gerichte middelbare school waar ik naartoe ging, christelijk en voetballend geïnspireerd was verknoeide ik mijn jeugd aan het lederen kalf.  Jaren lang holde ik tegen mijn zin achter die stomme bal aan om hem dan uiteindelijk terug weg te stampen en dat allemaal om erbij te horen, daar waar ik mij nooit echt thuis voelde en ook niet wilde thuis voelen.

 

Genoeg daarvan!!! Ik was het kotsbeu, ik werkte eindelijk, ik had eindelijk wat geld, ik was eindelijk ontvoogd, ik kocht eindelijk een koersfiets.  Tweedehands, veel te duur, vier maten te klein, kwalitatief niet veel soeps maar het kleur stond mij aan… ik was er dolgelukkig mee, IK HAD EEN KOERSFIETS.  Twee jaar later kocht ik een echte racefiets en begon te koersen.  Een gans jaar deed ik erover om in een echte wielerwedstrijd met een degelijke bezetting de wedstrijd te kunnen uitrijden in het pak en nog een jaar om uiteindelijk een prijsje te versieren.  Nog een jaar later liet ik mij verleiden om eens op de velodroom te rijden en ik wist het meteen: dit was mijn ding.  De vedetten van heel vroeger, Maspes, Sercu, Deloof enz. raasden in mijn verste kinderherinneringen weer op de zwart-wit TV van mijn rijkgetrouwde tante door de bochten van de piste.

 

De eerste wedstrijd eindigde in mineur.  Ik had al heel snel door dat snelheid niet mijn vak was maar van achtervolging had ik wel kaas gegeten dus verwachtte ik vrij veel van die confrontatie.  Een griepaanval verstoorde die vooruitzichten.  Een jaar later echter kwam het belgisch kampioenschap achtervolging WAOD.  Ik had gedurende de week voordien de schiftingen met glans doorlopen en maakte mij vol zelfvertrouwen op om de start te nemen in de halve finale.  Toen ik mij naar de startlijn begaf stelde ik eigenlijk vast dat er niemand was om mij vast te houden bij het vertrek.  Ik voelde mij zo hulpeloos en eenzaam tot een vriendelijke toeschouwer die schijnbaar een beetje kennis van zaken had, vroeg of ik iemand had om mij te starten en bood zich aan om mij uit de nood te helpen.Kampioen  Hij gaf mij zelfs, bijna onzichtbaar, een verboden zetje bij de start waardoor ik extra goed op gang kwam.  Ik walste over mijn tegenstander heen.  In de finale hielp hij mij zonder woorden weer bij de start, zij het dan met een nog fermere duw bij de aanzet.  Ik won de finale, ik was kampioen.  Ongelooflijk, mijn diepste droom van voor de zwart‑wit TV van mijn rijke tante had ik waar gemaakt.  Wat een euforie.

Toen ik uitgebold was en van de fiets stapte zwermden een ganse bende mensen rondom mij maar geen enkel bekend gezicht. Van mijn vrouw, toen nog mijn verloofde, die ergens op de tribune zat, geen spoor.  Ze zal allicht wel ergens in de buurt geweest zijn maar ik zag haar in elk geval niet, enkel doodvreemde gezichten die lachten en kinderlijk enthousiast deden, totaal inhoudsloos, compleet zinloos.  Allemaal gezichten die op de foto stonden van mijn moment van glorie maar die er helemaal geen deel aan hadden.  Waren dit nu mijn supporters?

 

Het volgend jaar, in bijna precies dezelfde omstandigheden, veroverde ik mijn tweede opeenvolgende titel in dezelfde discipline.  Er was nochtans een wezenlijk verschil.
Vooreerst voor mezelf.  Nadat ik mijn droom verwezenlijkt had nl ook eens kampioen van België worden, was mijn ultieme ambitie verschoven naar het bevestigen van mijn niveau.  Ik wou mezelf bewijzen dat ik de titel waard was en dat het niet een toevalstreffer was, m.a.w. de titel opnieuw behalen was daar het optimale middel voor.  Ik behaalde dan die tweede titel op rij maar die verlossende "oef" en de daarmee gepaard gaande euforie was er niet.  Voor velen was het ook niet meer dan normaal dat ik won.
Voor de startprocedure had ik geen gebrek aan vrijwilligers die me wilden vasthouden, wie van al die pseudo‑verzorgers wil er immers de uittredende kampioen en de favoriet niet helpen winnen?
Mijn supporters van vorig jaar stonden terug op de foto, zij het dan iets minder uitgelaten want niets is saaier dan een kampioen die zichzelf opvolgt.  Het leek er meer op dat zij dat als hun plicht beschouwden en dat ik er dankbaar voor moest dat zij mijn foto wilden aanvullen.  Oh ja! Ik zou het nog vergeten, er was op de foto ook plaats voor mijn verloofde die ondertussen mijn vrouw was geworden.

 

Het jaar daarop verloor ik de finale met 3 honderdsten van een seconde handgestopt(?). Goed ja, er moet en kan er maar één winnen en een nieuwe chronometrage in dezelfde race had mij evengoed als winnaar kunnen uitroepen.  Voor mij was dit de ultieme bevestiging van mijn kunnen en daarmee kon ik best mee leven.  De euforie was toch al lang verdwenen.  Rond het podium stonden "mijn" supporters er weer met glunderende gezichten, enthousiasme uitstralend vanuit elke vezel, alleen, dat enthousiasme gold deze keer niet mij maar Frans D. die naast mij stond als winnaar en nieuwe kampioen.  Mijn supporters waren mijn supporters niet meer maar die van Frans.  Ik denk, ik hoop het althans, dat mijn vrouw er nog wel bij stond voor mij.

 

De volgende jaren waren er enkelen van laagconjuctuur. Een kwetsuur, tweemaal vader worden, verbouwingswerken aan ons huis, je weet wel, eigenlijk de meest normale gang van het leven.  Toch bleef ik volhouden en de kentering kwam een paar jaren later.  Ik voelde me terug sterk en gezond en tegen de tijd van de pistekampioenschappen maar ik had mijn zinnen meer gezet op de puntenkoers ipv op de achtervolging.  Door een verkrachting van het reglement viel ik buiten de halve finale van de achtervolging en deden ze mij invallen in het omnium waar ik in de achtervolging een nieuw WAOD‑record reed en zo nog een derde plaats, waar niemand aandacht aan schonk, uit de brand sleepte.  Voor de start van de puntenkoers reed ik als eerste naar de start zodat ik een plaatsje had boven de baan aan de ballustrade, zodoende had ik niemand nodig om mij vast te houden.  Die truc had ik ondertussen ook al geleerd.
Dan gebeurde het in de ogen van de "supporters" onwaarschijnlijke, ik werd opnieuw kampioen. Wow! Terug die zwerm voor de foto, dat hypocriete enthousiasme.  Ik walgde ervan maar  ik moest het ondergaan.  Het jaar daarop werd ik kampioen in het omnium.  Ik overwoog om niet naar het podium te rijden maar zoiets doe je als sporter niet, dus maar weer.  Het jaar nadien werd ik tweede, diezelfde afgang als bij mijn tweede plaats jaren terug.  Na al die jaren was er heus niets veranderd.

 

Nog één jaar heb ik op de wielerpiste gekoerst.  Ik heb nog eens een achtervolgingstornooi gereden.  In de finale werd ik vastgehouden door de man die mij had geholpen net voor mijn eerste kampioenstitel.  Hij was ondertussen heel wat ouder geworden en ik voelde dat zijn hand niet meer zo zeker was als toen, maar wij begrepen elkaar zonder woorden.  Er werd ook nog eens een foto gemaakt, mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en ik, dat was alles.
Net voor de laatste meeting van dat seizoen, die ook mijn allerlaatste zou worden werd ik ziek en moest verstek laten gaan.  Het toeval wou dat er op die bewuste meeting net een dopingcontrole van de overheid werd uitgevoerd.  Mijn "supporters" vertelden dat ik getipt was en dat ik daarom niet was komen opdagen.

 

Ha !!  Die supporters.

 

Epiloog:

 

Met ouder worden wordt een mens rustiger, zegt men toch.  Is het daardoor, ik weet het niet, maar de ambitieuze in mij van weleer is schijnbaar dood.  De sporter echter is nog altijd springlevend.  Hij rijdt nog altijd wielerwedstrijden, op de weg weliswaar, maar enkel met de intentie van een wedstrijd te rijden.  De uitslag is compleet onbelangrijk.  Hij rijdt met de fiets naar de wedstrijd, schrijft in, koerst naar bestvermogen, sprint nooit mee, geeft nummer af en rijdt recht naar huis zonder zich om de uitslag te bekommeren, ver weg van al "die supporters".

Naar boven

Naar startpagina

 Reageer hierop